Mijn vader: 5 juni 1920 geboren

Tot mijn grote verrassing kwam ik deze foto van mijn vader uit augustus 1920 tegen toen ik door een oud fotoboek bladerde: 6 weken na zijn geboorte genomen.

Nooit gedacht dat ik dat ook nog eens zou doen: gedenken wanneer je vader 100 jaar zou zijn geworden. Ik zag het vaker op sites voorbijkomen, dat mensen daar aandacht aan besteedden en dacht altijd: als hij nou echt 100 jaar in levende lijve zou zijn geworden snap ik het, maar wat heeft het nou voor zin als hij al jaren dood is, toevallig net 100 jaar? Totdat het dus met mijn eigen vader gebeurt: ik ben er al dagen mee bezig, terwijl hij echt al 8 jaar dood is, 92 is hij geworden. Eigenlijk ben ik er al sinds Corona mee bezig, omdat ik deze tijd een beetje met de tijd na de Spaanse griep van 1918 associeer, vlak voor hij werd geboren dus.

Hoe ouder ik word, hoe meer dat ik vind dat ik op hem lijk. Dat geldt dan vooral wat betreft karakter-eigenschappen, want qua uiterlijk vond ik dat nooit. Om het laatste nog eens goed te bekijken heb ik een foto van hem, toen hij net zo oud was als ik nu, naast een foto van mezelf van nu gemonteerd, een gisteren genomen selfie. De foto van hem is op het 40-jarig huwelijksfeest van hem en mijn moeder genomen, toen was hij 69, en ik ben nu 70, dus ongeveer dezelfde leeftijd. Ik zag opeens dat we dezelfde neus hebben. En ondanks het feit dat hij bruine ogen had en ik blauw/grijze, hebben we toch een beetje dezelfde uitstraling. Maar voor de rest zie ik het niet zo, al zijn we allebei toch duidelijk Loumannen, iets ondefinieerbaar gemeenschappelijks dat ik bij de hele familie zie.

En hier een foto waar we allebei “live” op staan, 1968. Mijn haar moest er af voor de ontgroening in Delft, waar ik overigens maar drie maanden Weg en Waterbouw studeerde want ik begreep er geen hout van ondanks mijn gymnasium b. Mijn vader was al kaal maar heeft mijn zojuist afgeschoren haar op zijn hoofd.

Maar onze karakters lijken echt ontzettend op elkaar. Ik kom steeds dingen tegen waarvan ik denk: o, dat zou mijn vader ook zo gedaan hebben. Hij had altijd eigenzinnige oplossingen voor praktische problemen, een beetje houtje-touwtje oplossingen omdat hij niet wist hoe het écht moest, heb ik ook. Hij at ook altijd extreem langzaam, ik idem dito etc. etc.

Ook heel wat eigenschappen hebben we gemeen. Hij was geen vechtersbaas en ook vrijheidslievend. Ik had altijd het idee dat hij een beetje jaloers was op hoe ik leefde en had altijd het gevoel dat hij zich wat beperkt voelde daarin vanwege vrouw en kinderen. Totaal niet ambitieus werd hij toch hoofd van de documentatie-afdeling van de Philite fabriek van Philips in Eindhoven. En hij werkte zo lang aan de automatisering daarvan dat hij zichzelf overbodig had gemaakt, met opzet. Op een gegeven ogenblik kon hij tegen zijn baas zeggen: een of twee mensen kunnen die afdeling op hun gemak runnen: ik wil met pensioen. En dat kreeg hij nog voor elkaar ook, op zijn 57-ste!!!!! Collega’s van hetzelfde niveau verklaarden hem voor gek, maar hij wilde vakantie en is met mijn moeder tot zijn 77ste met de caravan Europa door getrokken, zelfs daarmee in Marokko geweest.

Op de volgende foto denk ik die waardering voor mijn levensstijl te zien aan de manier waarop hij mij aankijkt, maar dat is pure speculatie. Het lachen werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat de dia met de timer door hem gemaakt werd, daar was hij dol op. Je ziet hem op heel veel dia’s luisteren naar de klik. Ook een overeenkomst: hij was ook een fotogek.

Ik denk dat ik hier net zo oud was als mijn vader op de foto hieronder waar hij 25 jaar op was !!! Times they are a-changing.
Mijn vader ongeveer op 25-jarige leeftijd.

2020 Is een historisch jaar, en misschien voel ik dat extra omdat ik me erg van de geschiedenis bewust ben, niet voor niks ben ik dat vak in Utrecht gaan studeren natuurlijk. Maar ook de combinatie met de plaats waar ik in deze tijd woon nagelt mij als het ware vast aan het verleden. Want terwijl ik in Velsen ben geboren, in Eindhoven ben opgegroeid en in Utrecht heb gestudeerd ben ik uiteindelijk in Amsterdam terecht gekomen op 300 meter van waar mijn vader is geboren en getogen, en heb ik 14 jaar op 100 meter afstand daarvan gewerkt.

Ik heb al een blogje gemaakt over de link tussen de tijd van de Spaanse griep en deze Corona-tijd vanuit mijn persoonlijke perspectief. In ietwat gewijzigde vorm staat dat hieronder.

Mijn vader als jongetje van ongeveer 4 jaar met mijn opa en oma en zijn nieuwe zusje Diny voor de sigarenzaak op de Zeedijk.
Latei, het herbouwde pand waar vroeger dus de sigarenzaak van mijn opa en oma zat en waar mijn vader in 1920 werd geboren en tot 1949 woonde.

Door Corona werd ik plotseling het verleden van mijn vader en mijn eigen verleden ingezogen. Het is namelijk precies 100 jaar geleden dat mij vader op de Zeedijk werd geboren op nummer 131, nu nummer 143 omdat het pand opgesplitst werd na een herbouwing. Ik kan al niet aan het huis voorbij lopen zonder er even naar binnen te kijken, maar nu werd ik met één klap het verleden in geworpen: ik zag namelijk dat de Brocanterie Latei, die het nu is, voorzichtig weer open was gegaan na een sluitingsperiode vanwege Corona, en besefte dat mijn vader daar net na de Spaanse griep van 1918 werd geboren.

Plotseling zag ik mezelf staan als 70-jarige zoon van die eerste baby van mijn opa en oma en kreeg het gevoel of ik in een soort parallelle werkelijkheid terecht was gekomen, of de Spaanse griep zich op onnaspeurlijke wijze vermengd had met het Corona-virus. De uitgestorven Zeedijk versterkte dat unheimische gevoel. Ik heb sowieso de laatste tijd het idee dat ik in een historische tijd leef en daar een soort afstand tot de dagelijkse realiteit aan ontleen, alsof je als históricus een voorbije periode onderzoekt omdat je er affiniteit mee hebt. Bijna of je er zelf in leeft. En toevalligerwijze dóe je dat ook.

Ja ik probeer het gevoel te omschrijven dat ik had en dat ik tijdens mijn wandeling door de buurt de hele dag niet meer kwijt raakte. Ik had natuurlijk mijn camera bij me en was door dat alles gespitst geraakt op mijn eigen echte ervaringen uit mijn verleden in de buurt en bleek sommigen naadloos met die van mijn vader te kunnen mengen.

Ik heb o.a. foto’s gemaakt van een aantal panden waar ik wat mee had, waarvan sommige ook in de verhalen van mijn vader voorkwamen, zoals b.v. de Kromme Elleboogsteeg waar hij vroeger speelde en de pakhuizen daar: ik heb net een verbouwd pakhuis gefotografeerd voor d’OudeBinnenstad waar het MAI-hotel in gevestigd is en waarvan een verbindingsbrug boven de Elleboogsteeg liep!!! Dus in dat pakhuis heeft mijn vader gespeeld, in het MAI-hotel dus, dat kan niet anders!! Wat de intensiteit van het zien van die locaties erg versterkte was het feit dat ik niet afgeleid werd door de mensen die er liepen, want die waren er niet. Je ziet de stad beter door Corona, althans de stenen stad. Dat geldt extra voor mij omdat ik nou eenmaal meer op mensen dan op gebouwen gefocust ben, en dat kon dus nu niet.

Zo kwam ik bijvoorbeeld langs het Oudekerksplein waar ik op nummer 28 een aantal keren maaltijden heb bezorgd vanuit Flesseman aan Mien Sligte, blonde Mien, de vrouw van Haring Arie. Beneden zaten drie dames voor de ramen en ik moest langs een van hen een smal trappetje op waar ik dan door Mien in haar peignoir begroet werd met “hallo schat” en de vraag of ik de bakjes ook open wilde maken. Toen ik later receptionist was in Flesseman, dat mijn vader trouwens heeft zien bouwen, kwam ze daar in de tijdelijke opvang om vervolgens in het Mozaïekhofje te gaan wonen omdat ze dement was geworden. Foto van dat pand gemaakt met het naastgelegen pand van WE LIVE HERE waar ik toevalligerwijze net geweest was voor een vergadering van d’OudeBinnenstad, en natuurlijk foto’s gemaakt van het door Corona totaal lege Oudekerksplein.

Het rechter pand met de rode gordijnen was de hoerenkast van blonde Mien, ik moest door de linker deur en dan een trappetje op. Het is nog steeds een hoerenkast, maar nu even niet.

Op mijn wandeling werd ik dus diverse keren met dit soort vroegere ervaringen geconfronteerd omdat ik niet werd afgeleid, en heb ik overal foto’s gemaakt. Overigens heeft iemand in een verloren hoekje in de Monnikenstraat twee fotootjes, een van haring Arie en een van blonde Mien, in een lijstje opgeplakt. Mijn vader is natuurlijk opgegroeid in de hoerenbuurt en vertelde dat hij altijd van zijn goed katholieke ouders het consigne kreeg om niet naar de dames van plezier te kijken!!

Haring Arie en blonde Mien in de Monnikenstraat. Tot mijn verrassing zag ik er vandaag een ander fotootje vlakbij hangen, namelijk van ene Albert Franke. Maar die is nog niet dood, want die loopt heel krom achter een rollator hier beneden en hij woont aan het sluisje hier. Die heb ik een keer gefotografeerd terwijl hij uit zijn huis getakeld werd met als achtergrond het water van de Oudeschans. Dat was zo’n mooie foto dat ik hem op mijn overzichtstentoonstelling in de Amstelkerk hing.

Voor eeuwig zal 2020, tot nu toe samen met 2001 (nine-eleven) en 2008 (economische crisis), een van de belangrijkste jaren van deze eeuw zijn. Net als 1914-1918, 1918 afzonderlijk, 1929, 1940-1945 en 1968 dat waren voor de vorige eeuw. En ook een van de indrukwekkendste voor ieder persoonlijk, hoewel de eigen ervaring in de privé-sfeer in andere jaren misschien wel boven deze ervaringen uit stijgen, al zullen ze in veel gevallen ook parallel lopen omdat b.v. een naaste door Corona is overleden.

En al klinkt het misschien een beetje raar, voor mijn gevoel ben ik door wat die hele Corona-toestand bij mij opriep dichter bij de herinnering aan mijn vader gekomen.