Je bent niet wie je denkt dat je bent

Ik schrijf er niet zo vaak over maar ik ben al een tijdje op zoek naar de zin van het leven, een jaar of 70 of zo. Of beter gezegd, misschien ben ik wel zoekende naar een zinvolle manier om met Het Leven om te gaan. En in dat laatste zit misschien al iets van een “conclusie”, namelijk dat je niet achter de zin van het leven kunt komen, zo die er al is, maar dat je toch op een zinvolle manier met het leven om kunt gaan, met jouw leven, en omdat jouw leven Het Leven is, dus ook met Het Leven.

Na veel gelezen te hebben, via een lichtervaring bij de rozenkruisers terecht te zijn gekomen, daar weer na 15 jaar uitgestapt en op dezelfde dag dat dat officieel was als een magneet naar een boek getrokken werd in de laatste week (uitverkoop) van de esoterische boekhandel Himalaya, kwam ik zo bij de advaita terecht, daar ging dat boek namelijk over en dat was precies wat ik zocht zonder te zoeken. De inzichten die me daardoor aangereikt worden zijn steeds meer bepalend voor hoe ik met mijn leven omga. En zoals dezelfde boodschap door wereldleraren in de loop der tijden steeds op een andere manier wordt uitgelegd omdat elke mensheids-periode anders is, resoneert ook in mij de ene leraar beter dan de andere, en wisselt dat zelfs om de zoveel tijd: de ene keer heb ik meer aan Eckhart Tolle, de andere keer meer aan Adyashanti, Allan Watts of Mooji, of kom ik opeens ook op youtube een mij nog onbekende leraar tegen die een snaar raakt.

Heel simpel in het kort komt het ALLEMAAL hier op neer: de oerkracht/god/the force/het liefdeslicht, of hoe je het ook noemen wilt, is de totale vormloze tijdloze kracht waaruit de vorm voortkomt van al wat is. Het wezen der dingen is dus die kracht en niet de tijdelijke uitingsvorm daarvan. En dit is dan de les: de identificatie met de uiterlijke vorm is dus niet de weg waardoor je het “goddelijke” leert kennen. Sterker nog, door die identificatie sta je dat kennen van het wezenlijke in de weg, je hebt er a.h.w. geen oog voor. En als je je dus identificeert met je ego, je persoon die je denkt te zijn, leer je jezelf nooit kennen, want je bent in wezen die goddelijke kracht.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat je je ego en je hersens moet gebruiken als instrument, maar je moet je je er wel van bewust zijn dat het een instrument is en niet denken dat je dat zelf bent. En helaas denken de meeste mensen dat wel waardoor er veel ellende in de wereld wordt veroorzaakt.

En nu de link naar de foto. De eerste foto is de oorspronkelijke foto, de tijdelijk vorm dus. Op de tweede foto is het gezicht samengesteld uit foto’s, ze laten hetzelfde gezicht zien maar nu dus samengesteld als een conglomeraat van ervaringen zou je kunnen zeggen, een rangschikking van foto’s van voorbijgaande dingen. En in die zin vond ik het een prachtige metafoor voor wat ik hierboven beschreef.

De oorspronkelijke foto is door Jan, mijn “fotomaatje” inderdaad, genomen en ik heb hem als mozaïek op formaat 40 x 60 cm van hem op mijn verjaardag gekregen. Hij heeft veel met mozaïek, fotografeert dat ook altijd als hij er een tegen komt op onze foto-excusies, iets wat ik stelselmatig NIET doe. Hij bestaat uit 3600 foto’s die door hem genomen zijn op onze foto-uitstapjes en ik zou ze dus allemaal moeten herkennen. Maar dat is maar met een kleine minderheid het geval, niet alleen omdat ze zo klein zijn maar ook omdat Jan anders fotografeert dan ik: hij neemt foto’s van dichterbij, wat mooiere foto’s oplevert maar minder informatie. Ik kies meestal voor het laatste.

Groet

René

Het gezicht is echt alleen samengesteld uit foto’s. Ik dacht eerst dat de oorspronkelijke foto er een beetje doorheen schemerde, maar dat is tot mijn verrassing totaal niet het geval.
Van afstand, of door je oogharen, zie je hier goed de rechterkant van mijn gezicht, en zie je ook dat het alleen de fotootjes zijn die het beeld bepalen..
ogen en neus.
Dit is een gedeelte van de neutrale vlakken om het gezicht heen. De fotootjes in kleur herken ik.
Tot slot mijn mond.