Buitenzorg

Toen ik een paar dagen geleden op de tuin kwam werd ik er op gewezen dat de groeps-foto van de meeste tuinders, genomen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Buitenzorg in 2017, aan het gasflessen-hok was gehangen. Ik had hem niet opgemerkt toen ik er langs fietste.

De foto was een co-productie van Martin van de tuin, die alles initieerde en organiseerde, Jan die op de knop drukte en ik die de camera (de mijne) instelde. Het was nog spannend om de juiste instelling te krijgen want het moest natuurlijk niet te lang duren met zoveel mensen. We stonden op het dak van het tuin-winkeltje, en toen de instelling klaar was ben ik naar beneden geklommen en achteraan gaan staan. Op een verhoging zodat ik, zag ik later, goed zichtbaar ben zelfs op deze verkleinde weergave: rechts boven met twee handen in de lucht.

Een leuke anekdote vind ik het verhaal dat er een vrouw was die er niet bij kon zijn: die heb ik daarom eerder gefotografeerd en haar er later ingemonteerd. Toen dat klaar was zag ik dat ze toch gekomen was op de fotosessie, ik had haar niet gezien in de menigte maar zag haar pas later op de foto staan toen ik haar er dus al ingemonteerd had, ze stond er nu dus twee keer op! Dat is niet deze zwaai-foto trouwens maar een van de iets eerder genomen foto’s. Ik had het van tevoren niet bedacht maar riep na het nemen van de “officiële” foto heel hard: en nu allemaal ZWAAAAAIEN. En díé foto wordt steeds gebruikt.

De rest van het blog bestaat uit foto’s van mijn eigen tuin van de laatste tijd.

Groet

René

Ik heb al jaren een “onkruidplant” in mijn tuin staan waar aan een stuk door wespen op af komen. Ze besnuffelen ook de knoppen van de minuscule bloemetjes, dus ook daarin is kennelijk iets te vinden.
Inderdaad, wespen hebben wespentailles.
Niet helemaal scherp maar ik was blij dat het eindelijk een beetje gelukt was, het fotograferen van vlinders die elkaar achterna zitten en in razende vaart om elkaar heen cirkelen.
Jonge merel op het dak van mijn tuinhuisje.
Enorm veel appels dit jaar, ondanks dat in de lente de boom vol met rupsjes zat die de bladeren deden verschrompelen.
Drie verschillende kleuren vlinderstruik in mijn tuin, deze en twee andere op de volgende twee foto’s.
Dagpauwogen kijken je vragend aan.
Kleiner dan een pinknagel. Hij springt als een losgelaten veertje. Springveertje.
Deze plant wilde ik al jaren in mijn tuin hebben omdat ik vond dat die zo goed bij het wilde karakter van mijn tuin past. Een tijd geleden zei Bill Bodewes, een kunstenaar die ook op de tuin zit, dat hij een hele hoop van deze soort in zijn tuin had staan en er van af wilde, of ik ze niet wilde hebben. Nou graag dus. Ik kreeg er een heel zooitje mee, allemaal heel klein en ook veelal alleen wortels, ik had ze zelf moeten uitgraven. Ik heb ze op diverse plaatsen in mijn tuin gezet en ze groeiden werkelijk als kool. Zelfs uit het bedje met alleen wortels zijn er al drie uitgekomen. Gisteren kon ik voor het eerst de “pluimpjes” begroeten. Het zijn bescheiden puntbloemetjes. Ik had die al vaak op de Meeuwenlaan zien staan om bomen heen, maar deze zijn mooier. Bill vertelde dat hij ze ooit gekocht had bij Piet Oudolf, een beroemde tuinkweker, die de soort verder had veredeld naar nog rodere bloemetjes en hij daar toen veel voor betaald had. Ik ben er heel erg blij mee.
Van maandag op dinsdag wilde ik er blijven slapen maar heb dat toch niet gedaan vanwege de regen-vooruitzichten, hier begon het al te dreigen.