KATTENMAN

 

KAT1

Ziek thuis, maar er zit verbetering in, want ik begin voor het eerst in dagen weer ergens zin in te krijgen. En dat was tot nu toe niet zo, alleen gisteren naar een IDFA-film geweest, met een lading codeïne in mijn maag, omdat ik daar al een kaartje voor had. Dat ging al redelijk.

Maar vandaag kreeg ik opeens inspiratie voor een liedje. Dat zou dan geënt moeten zijn op een liedje dat ik vroeger schreef, maar toen ik mijn schrift met liedjes pakte om dat op te zoeken bleef ik bij onderstaande tekst steken: had zin om dat hier neer te zetten.

Het gaat over een nachtelijke ervaring die ik onderweg had toen ik met een jongen meeging naar zijn huis: dat deed ik toen nog wel eens, we spreken nu over het jaar onzes heeren 1981, ja ja. En het gaat over katten, vandaar de foto die ik trouwens al eens geplaatst heb, maar ter illustratie nog een keertje.

Ik weet nog waar het was en moet er nog steeds vaak aan denken als ik er langs rij, het was op de Hoogtekadijk. Die jongen bleef ik daarna ook nog geregeld zien trouwens.

DE KATTENMAN

Achterop de fiets, door onbekende buurten

de disco stampt nog dreunend door mijn hoofd

we komen in een afbraakstraat, omvergetrokken muren

hier heerst de nacht voorgoed, hier is het licht voorgoed gedoofd

 

geluiden van de stad die ligt te slapen

onrustig ademt, als in een boze droom

dringen door, maar blijven ver, de stilte laat er

slechts met tegenzin een nachtelijk dwaler door

 

en dan, aan het einde van die straat

voor het geraamte van wat eens een schooltje was

een stoep vol schoteltjes met melk, en daar omheen wel honderd katten

en een grijze man op sloffen in een grijze rafeljas

 

we stappen af, voorzichtig op een afstand

’n gedempte groet en “goh, wat zijn er veel”

“ja het wisselt” zegt hij moeizaam “er heerst inteelt”

“dan gaan ze eerder dood, of ze kijken scheel”

 

hij praat haast nooit, hij moet naar woorden zoeken

de nacht, de stilte is zijn domein

hij houdt het liefst zijn mond, wat moet hij ook zeggen

maar over poezen praten dat vindt ie wel fijn

 

dat hij ze nu al twee jaar elke nacht verzorgt

want niemand anders kijkt er naar die beesten om

als hij het niet deed zouwen ze dood gaan van de honger

hij zou het altijd blijven doen, zolang ie kon

 

we kijken naar die schuwe wilde katten

en naar die schuwe grijze man

en kunnen het eigenlijk helemaal niet bevatten

we stappen op, en zwijgen lang

 

Dit bericht is geplaatst in photography met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *