TIBET: BIJDRAGE COLUMNWEDSTRIJD VK

Kijk, hier waren de Chinese machthebbers als de dood voor, maar het is nu dus toch gebeurd: de Mount Everest, de topsteen van de wereld, wordt gebruikt om te demonstreren tegen de Chinese kneveling van de Buddhistische Tibetaanse cultuur.

Ik was in Nepal en heb de Mount Everest beklommen, met demonstratie-bord en al, vanaf de kant van Nepal. De Chinezen hebben de Nepalezen grof onder druk gezet om elke expeditie in die richting af te blazen. En Nepal kon niet anders dan door de knieën gaan, want ruzie met de rijke en machtige dictatuur van het Chinese proletariaat zou wel eens heel vervelend kunnen uitpakken voor de straatarme Nepalezen.

Gelukkig was ik er net vóórdat China zich zo onbeschaamd in de binnenlandse aangelegenheden van Nepal mengde, dus kon ik datgene doen wat de Chinezen tegen elke prijs wilden voorkomen.

En nu denkt u natuurlijk: makkelijk zat, je was er tóch al en je had tóch al intensief getraind om die Mount Everest te beklimmen. Het zou veel meer indruk gemaakt hebben als je er echt iets voor had moeten dóen. En daar hebt u nog gelijk in ook.

Dus heb ik gezocht naar opofferingen die ik mezelf kon getroosten om het signaal krachtiger te maken. Wat onmiddellijk bij me op kwam is de belofte om tot na de bevrijding van Tibet, of tot na de Olympische spelen, niet meer te gaan Chinezen. Maar ja, toen bedacht ik me dat ik eigenlijk maar eens in de drie maanden Chinees eet, dus dat zet ook geen zoden aan de dijk.

Vervolgens kreeg ik de inval om een bijdrage te doneren voor de wederopbouw van de door China verwoeste kloosters in Tibet. Maar, hoewel ik niet rijk ben, geld is ook maar geld: te makkelijk. Bovendien schijnen de Chinezen sommige kloosters zelf weer op te bouwen omdat ze er achter zijn gekomen dat dat prachtige toeristische trekpleisters zijn, en toeristen brengen geld in het laadje. Dus om nou de Chinese staatskas te gaan spekken via het sponsoren van het Chinese toerisme, neu.

Wat de verhouding tussen Buddhisme en toerisme betreft schiet me opeens te binnen wat me in Kathmandu in het klooster-tempel complex van Swayambhunath gebeurde. In het tempelgedeelte werd een indrukwekkende dienst gehouden toen ik daar aankwam. Ongeveer twintig monniken zaten in twee rijen tegenover elkaar Buddhistische teksten te reciteren. Zware tonen ontsproten aan prachtige, verweerde Tibetaanse monnikenkoppen, het was een indrukwekkend schouwspel. Alleen wat me totaal niet beviel was dat je daar als toerist bij mocht zijn, althans in de toegangsdeur naar de tempel het geheel van nabij mocht aanschouwen. En wat ik al helemaal van de pot gerukt vond: dat je ook mocht fotograferen.

Toen ik genoeg gezien had ging ik naar buiten waar ik op een monnik ben afgestapt die daar kennelijk toezicht hield. Ik heb hem mijn twijfels over dat toeristische gedoe kenbaar gemaakt en gevraagd waarom ze dat toelieten. In perfect Engels antwoordde hij mij met een weldadig evenwichtige, sonore stem: wij willen niks voor onszelf houden, wij willen alles wat wij weten en doen, delen met iedereen die daar belangstelling voor heeft. Zo verspreidt zich onze leer van mededogen, kalmte en evenwicht. Hoewel ik er toch nog enigszins moeite mee bleef houden, vond ik het een prachtig antwoord. Zo kun je er ook tegenaan kijken, het is anders dan jij, die het van de buitenkant bekijkt, kunt bevroeden.

Diezelfde innerlijke kracht vind je ook bij de Dalai Lama: vredelievendheid tot op het gebeente. En de westerling die weinig van het Bhuddisme weet en heel anders denkt, zegt dan: hij schiet er niks mee op, want Tibet is nog steeds niet vrij. Maar waar gaat het om in het leven: dat een land zelfstandigheid bezit ? Ik kan honderd “onafhankelijke” landen noemen die van A tot Z niet deugen. Van Afghanistan tot Zimbabwe zal ik maar zeggen.

Daarom dringt de Dalai Lama ook niet aan op volledige zelfstandigheid: wat hij wil bereiken kan ook zonder volledig zelfbeschikkingsrecht van het land Tibet. De essentie moet vrij gemaakt, bevrijd worden, daar gaat het om. En daar zijn de Chinese machthebbers misschien nog wel het bangst voor, dat zie je ook aan hun paranoïde houding t.o.v. de Falung Gong.

Toen ik me dat realiseerde wist ik ook meteen wat ik moest doen om het signaal dat ik fotografisch afgaf krachtiger te maken: ik moest een voor mijn doen erg lang stuk schrijven om een klein beetje bij te dragen aan de bewustwording over Tibet: Het Gaat Niet OM Tibet.

groetekus
rené louman

PS: quizzvraag van de week: hoeveel kloosters heeft China in Tibet verwoest?


Precies één jaar geleden...

Dit bericht is geplaatst in Uit het VK-blog geimporteerd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *