CHITWAN

Pijn in onze spieren hadden we van het verzet tegen de situatie waarin we beland waren. Wij met zijn tweeën en al onze bagage vervoerd in een riksja over een onverharde kuilenweg die 7 kilometer lang bleek. De riksja-rijder van een jaar of 17 constant op zijn pedalen staand, zwetend tot zijn hemd drijfnat was. En dat voor 100 roepies, 1 euro. Ik vond het zo pijnlijk dat ik onderweg geen foto van het landschap heb kunnen maken, laat staan van hem.
Dus het aanvaarden van “hoe het is”, een Buddhistisch “leerstuk”, is nog niet altijd even gemakkelijk. Mededogen is ook een belangrijk item, dus misschien moet je dit soort situaties tegemoet treden zonder verzet maar met mededogen.

Enfin, aangekomen in Sauraha, een van de plaatsjes bij het Chitwan-park, vonden we snel een luxe-hotel met eigen badkamer. We vonden dat we onszelf, na al die primitieve onderkomens tot nu toe, zo op het laatst van de vakantie eens mochten verwennen. Niet dat we vaak die keuze hadden gehad, hooguit misschien in Pokhara, maar desalniettemin……

Het dorp lag aan een rivier, en een van de attracties was het in een bocht stroomafwaarts afzakken daarvan in een uitgeholde boomstam. Je stapte dan na krap een uur uit die “kano” om door het woud terug te lopen. Dat duurde dan een uur of vier. Aan het eind van die wandeling kwam je dan aan de overkant van de rivier uit, waarna je opgehaald werd met zo’n zelfde kano. Dat deden we dus.

We moesten met twee gidsen door het woud, een vóór en een achter ons, want er zouden tijgers kunnen zitten. Die hebben we niet gezien, wel apen. En op een paar minuten een neushoorn gemist. Dat bleek toen we toeristen tegenkwamen die net uit de bomen aan het zakken waren. Maar het indrukwekkendst vond ik toch wel de krokodillen die aan de kant lagen en waar we in die krakkemikkige bootjes langs dreven.

Morgen de olifanten.

groetekus
rené

PS: de eerste foto is de plaats aan de rivier vanwaar we vertrokken. Zoals je hier kunt vermoeden is het hele plaatsje erg op toeristen ingesteld, maar in de praktijk was het er heel rustig. De restaurants b.v. waren ‘s-avonds maar voor een kwart tot hooguit de helft bezet.

Onze twee gidsen, wij zaten hier met zijn tweeën achter, en helemaal achter de bootman.

Dit bleek in Nederland een Gaviaan te zijn, zoals een vriend me vertelde die ik mijn foto’s liet zien.

De moessontijd is duidelijk voorbij, je kon de rivier hier en daar zelfs wadend oversteken.

Dit is een echte krokodil. Die is ook gevaarlijker dan de Gaviaan die alleen maar vis eet. Deze eet alles. De gidsen waren niet bang, dus wij ook niet.

Een stroper. Het was absoluut verboden er te vissen of te jagen. Hij kijkt ook wel schuldbewust met zijn twee vissen op zijn kont, moet ik zeggen. Misschien wel omdat de gidsen toch een officiële functie hebben, zelfs een soort uniform dragen (grijsblauwe broek en overhemd). Daar moet dan wel bij gezegd worden dat een heel dorp dat in het park lag dertig jaar geleden is verplaatst naar een onvruchtbaar gebied daar 16 kilometer vandaan waardoor die bewoners hun bron van inkomsten kwijt raakten. Goed voor de natuur, maar wat minder voor die mensen natuurlijk. Terwijl ik dit opschrijf bedenk ik me dat die man daar waarschijnlijk niks mee te maken heeft: te lang geleden en te ver weg.

Leuke apensoort, beetje ver weg maar toch nog zichtbaar.

Als we bij de rivier in de buurt kwamen was het terrein meer open. Dat bleek door een plantensoort dan totaal overwoekerd.

We zaten ‘s-avonds vaak aan de rivier en zagen dan hoe de bootmannen hun holle boomstammen tegen de stroom op weer naar het beginpunt brachten. Langs die krokodillen dus. Omdat de rivier zo laag stond moesten ze soms lopen. Het afzakken duurde drie kwartier tot een uur. Dus tegen de stroom in………….?


Precies één jaar geleden...

Dit bericht is geplaatst in Uit het VK-blog geimporteerd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *