SMEREN

 

Vanmorgen reed er een bas voorbij. Een bas in een harde, kunststoffen jas. Hij had het koud en bromde wat uit onvrede, al hield hij het erg binnensmonds. Doorgaans maakt hij van zijn hart geen moordkuil, doorgaans bromt hij luidkeels van chagrijn of van vreugde, maar zo in die harde jas houdt hij zich in. Bovendien heeft zijn bazin het ook niet makkelijk en hij houdt veel van haar, net zoals zij van hem. Hij is haar troetelbas, ze neemt hem overal mee naar toe en dat waardeert hij zeer.
Maar hij zet er natuurlijk ook wat tegenover: hij stelt haar in staat contact te maken met de grondtonen van het het aardse bestaan, en, wie weet, wel met de harmonie der sferen. Hij stelt zich daarbij dienstbaar op, als om anderen te laten stralen. Een stem, een piano, een heel orkest, allen hebben baat bij zijn breed uitgesmeerde vibraties. Soms is hij zelf het middelpunt van de belangstelling. Zo laat Sibelius hem in zijn Symphonie nr. 4 a-moll opus 63 helemaal zijn eigen natuur volgen. Hij mag dan zo langzaam als hij wil zwaar brommen, tempo molto moderato noemt Sieb dat. Het is een van mijn favoriete muziekstukken, ik hou n.l. erg van langzaam zwaar en traag, dus vandaar dat ik dan bij degelijke symfonieën uitkom.
Van moderne muziek houdt hij niet, onze bas: dat gepluk aan je snaren, hij raakt er ook al snel onstemd van. Nee, breed uitsmeren als pastachoca op een bruine boterham, lekker vet.
Zo, ik smeer hem ook, ik ga naar Limburg vandaag.

groetekus
rené


Precies één jaar geleden...

Dit bericht is geplaatst in Uit het VK-blog geimporteerd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *