JEZELF ZIJN

 

Zomaar langs de kant van de weg. Het had overal in Nederland kunnen zijn, maar het was in Amersfoort. Ik zag haar dáár omdat ik er toevallig moest zijn. Ze stond langs de kant van de weg, in de berm. Ze was niet alleen: een jonger broertje en zusje klemden zich aan haar vast, en een eindje verder stonden een paar neefjes.
Het was een ontroerend gezicht, vooral omdat de omgeving zo troosteloos was. Zoveel kleur in zo’n armoedig landschap. Want kleurig gekleed, dat waren ze. Toch keek niemand naar ze om. Ze werden gehaast voorbijgelopen door grijze jassen en zwarte broeken. Gehaat werden ze niet, nee erger nog, ze werden niet gezien. Niet dat ze iets nodig hadden hoor, ze stonden daar te zijn wie ze wezen moesten.
Ik liep erlangs en dacht op weg naar mijn therapeute: och was ik maar zo ver. Ik moet een hoop geld betalen om uit te vinden wie ik nou eigenlijk ben, terwijl zij daar maar staan te zijn wie ze zijn.
Ik kreeg een overweldigend gevoel van jaloezie. Dat is een gevoel dat ik niet dacht te hebben, maar dat was volgens mijn therapeute geheel en al onjuist: ik had het weggeredeneerd. Dus nu liet ik het maar toe. En ik bekeek haar, alsof ik haar geheim wilde ontdekken. Hoe kun je toch zo ontzettend jezelf zijn, geen spoor van de aangeleerde gewoontes, verdrongen gevoelens, zwoegen en afzien, list en bedrog, en noem nog maar een paar van die verborgen of openlijke instrumenten waarmee we ons door het leven menen te moeten slaan.
Niks van dat alles.
Gewoon zijn zoals je bent.
Met een stralend, onbekommerd hart. Een gouden hart. Gewoon gekregen en geaccepteerd, zonder er een moordkuil van te maken. Zonder er iets aan te willen toevoegen.
Zo mooi, zo eenvoudig mooi.
Zo simpel is het dus, dacht ik, waarom dan zo moeilijk doen?
O was ik maar een Amersfoortse krokus.

GROETEKUS

René

 


Precies één jaar geleden...

Dit bericht is geplaatst in Uit het VK-blog geimporteerd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *